Het leesplezier van Nederlandse leerlingen daalt, net als hun leesvaardigheid. Scholen en bibliotheken zetten kinderboekenschrijvers in, of een voorleeshond.
Het wordt dus hoog tijd dat deze scholen de Gele Verhalenbus ook ontdekken. Want wij weten ondertussen dat kinderen die door ons zijn voorgelezen vaak ook zelf gaan lezen.
Lees hieronder het artikel over leesplezier dat op 9 juli 2018 in de nrc verscheen (geschreven voor journalist Mirjam Remie). Of open het artikel op de site van nrc via deze link.



De Schoolschrijvr is één van de initiatieven die daar wat tegen proberen te doen. Dit schooljaar gaven vijftig kinderboekenschrijvers les op evenzoveel scholen, voor de achtste keer. Dat heeft effect, blijkt uit evaluaties: na de lessen bezoeken kinderen vaker een bibliotheek en is hun schrijf- en leesplezier en taalvaardigheid toegenomen, zegt de meerderheid van de basisschoolleraren.

Een ander initiatief is ‘Kwispellezen’, vorig jaar opgezet door bibliotheek Midden-Brabant en Hulphond Nederland. In bibliotheek Heyhoef in Tilburg lezen leerlingen uit groep 3 en 4 in een aparte ruimte twintig minuten voor aan Flex, een speciaal hiervoor getrainde witte koningspoedel. Dat doen ze één keer per week, acht keer in totaal. Dat geeft zelfvertrouwen, vertelt Bo Nijmeijer (8). „Ik vond lezen moeilijk, ik heb misschien dyslexie. Ik kan kleine woordjes moeilijk uitspreken.” Toch bleef de hond rustig liggen. En hij praatte (of blafte) niet door haar heen. „Dat vond ik leuk. Hij was een vriendje. En hij verbeterde mij niet als ik las, zoals mijn moeder doet.”

De directeur van de bibliotheek kwam met het idee voor Kwispellezen, vertelt medewerker Coosje van der Pol. Voorlezen aan honden blijkt op veel plekken te zijn geprobeerd: de Verenigde Staten, Estland, Zuid-Afrika. „Er is veel informatie over beschikbaar, allerlei universiteiten hebben er onderzoek naar gedaan.” Een masterstudent die stage liep bij de bibliotheek, deed een literatuurstudie. „De resultaten zijn bemoedigend. Kinderen zijn ontspannen als ze de hond voorlezen.” En doordat ze iets kunnen wat de hond niet kan, groeit hun zelfvertrouwen en motivatie. Het project wordt de komende jaren uitgebreid naar andere bibliotheken.

Geen boekenkast thuis

Leerlingen van de Groningse basisschool De Badde lezen over het algemeen weinig, vertelt directeur Jan Hessel Kruit. Veel ouders zijn praktisch opgeleid en werken bijvoorbeeld als fabrieksarbeider of schoonmaker. In de meeste huizen staat geen boekenkast. „Kinderen hebben geen flauw idee hoe een boek wordt gemaakt”, zegt hij. „Daarom is het zo leuk als een echte schrijver dat komt vertellen; dat vergroot hun wereld.”

Schoolschrijver Van der Ham probeert tijdens de lessen de verbeeldingskracht van leerlingen te prikkelen, zegt ze. „Ik vind het belangrijk hun eigen gedachten te stimuleren.” Zo schreef een dyslectische jongen een gedicht, droeg het voor in de klas en kreeg applaus. „Hij was ontzettend trots.” Een Syrisch meisje liet haar creativiteit de vrije loop met fantasiewoorden. „Zonder dat het taalkundig fout was.”

In het digitale tijdperk lezen kinderen minder en is hun spanningsboog korter, merkt Kruit, die ruim veertig jaar in het onderwijs zit. „Ze hebben moeite in een boek te komen.” Hij denkt dat kinderen ook minder praten. Toen hij tijdens het jaarlijkse schoolontbijt vroeg wie thuis aan tafel eet, en niet bij de tv, antwoordde bijna niemand bevestigend. „Ik schrok me wezenloos.”

Hij wil het belang van digitalisering niet wegmoffelen. „Maar lezen blijft belangrijk: voor je taalontwikkeling, om je mondeling goed uit te drukken. Dat kan ook een stripboek of tijdschrift zijn. Als je maar léést.”

Op het bord van groep 7 en 8 van basisschool De Badde staan beginnen van zinnen: ik zie… ik hoor… ik voel… ik proef… ik ruik… „We gaan een verhaaltje maken over een dag uit jullie zomervakantie”, zegt Schoolschrijver Van der Ham. „Is iedereen wel eens op een camping geweest?” Nee, dat niet. Op het strand? Dat ook niet. Het wordt het zwembad. In Gronings accent klinken suggesties voor wat je daar allemaal ziet en proeft. Mooie meisjes! Kipnuggets! Hamburgers!

Als Van der Ham het resultaat voorleest, sluit iedereen zijn ogen. „Ik zie een duikplank, ik hoor gegil, ik voel water, ik proef chloor, ik ruik patat. Waren jullie even in het zwembad?”

Nu mogen de leerlingen zelf een dag uit hun vakantie beschrijven. Een jongen kiest CenterParcs, een meisje Turkije. Een andere jongen zegt: „Ik ben nog nooit op vakantie geweest.”

Een jongen beschrijft zijn favoriete game, de „GTA-wereld”. „Ik zie mijn spel, ik hoor pistolen en zwaarden, ik voel mijn controller, ik proef en ruik mijn ijsje.” De titel, zegt hij: „Lekker gamen.”

Ouderavond

Van der Ham heeft in totaal 25 dagen les gegeven op De Banne. Djaycely (9), een klein meisje met een lange vlecht, is er iets beter door gaan lezen, vertelt ze. „Eerst deed ik ’s avonds één keer mijn ogen dicht en dan sliep ik. Nu lees ik een boekje en val dan pas in slaap.”

Er was ook een ouderavond. De opkomst was hoog, vertelt directeur Kruit. „We vertelden bijvoorbeeld dat het een groter effect heeft als vaders voorlezen – met name jongens zijn dan eerder geneigd een boek te pakken. Je zag die vaders opveren!” Volgens Kruit wordt er nu meer voorgelezen thuis en lenen kinderen vaker boeken uit de schoolbibliotheek.

In de hoek van zijn kamer, op een plank, staan de afscheidscadeaus voor groep 8: het boek Oorlogswinter van Jan Terlouw

 

Kinderen en lezen

25 procent van de Nederlandse kinderen vindt lezen niet leuk, tegenover 8 procent van de ouders.

63 procent van de Nederlandse kinderen heeft 26 tot 100 boeken thuis. 17 procent heeft meer dan 100 boeken thuis, 15 procent 11 tot 25 boeken en 5 procent minder dan 10 boeken.

8 procent van de Nederlandse kinderen blinkt uit in lezen. 48 procent haalt het niveau ‘hoog’, 88 procent ‘gemiddeld’ en 99 procent het niveau ‘laag’. Het percentage uitblinkers ligt in 27 van de 50 aan PIRLS deelnemende landen hoger dan in Nederland.

83 procent van de Nederlandse leerlingen spreekt thuis Nederlands. Zij lezen significant beter dan leerlingen die thuis soms of nooit Nederlands praten.

Bron: PIRLS-2016 (internationaal vergelijkend onderzoek naar de leesprestaties van leerlingen in groep 6)